Serge Mermillod creëert sfeer sinds 1990

La Clusaz, eind jaren 80. Mogulskiën wordt minder populair en freestyleskiën krijgt de overhand, lokale kampioenen nemen deel aan grote competities en aan de zijlijn van de pistes duikt een nieuw fenomeen op: de fans. Het echte werk. Het zijn de mensen die hun tent opzetten aan de voet van de pistes, een camper huren om van La Clusaz naar Noorwegen te rijden en onderweg genieten van de Reblochon en génépi. Het zijn de mensen die harder op de hoorns blazen dan de atleten van de berg af sjezen. Een van die mensen is Serge. Serge Mermillod.

Serge is een gepensioneerde huisschilder die zijn kwasten nooit echt aan de wilgen heeft gehangen. Hij ruilde ze soms voor gedeukte hoorns, vlaggen van 3m² en potten Blanc de

Meudon. Serge komt uit Les Villards-sur-Thônes en woont al jaren in La Clusaz. Hij is vooral bekend omdat hij samen met een groep vrienden een van de dragende krachten achter de plaatselijke skifanclub is. Hun vereniging werd zelfs nog voor de

Olympische Spelen van 1992 in Albertville opgericht. “We waren met ongeveer twintig maten die met veel kabaal Edgar Grospiron en Raphaëlle Monod aanmoedigden tijdens wedstrijden.” Maar voor de Olympische Spelen in 1994 in Lillehammer, pakte het gezelschap pas echt uit. “Vijftien van ons vertrokken in campers naar Noorwegen, met Reblochon-kaas en génépi – en een kofferbak vol dromen! ».

Het resultaat: een gigantische tartiflette in Club France, lege flessen génépi op de terugweg, -20°C buiten, hoorngeschal en een medaille voor Edgar! En onder begeleiding van een politie-escorte weer terug naar La Clusaz. Het was een heel avontuur en het was de echte start van een geweldige fanclub

Laten we het over de beroemde hoorn hebben. Hij werd ooit geleend van de brandweer (‘bedankt Jean-Pierre!’), raakte kwijt na een feestje voor Vincent Vittoz, werd een jaar later weer teruggevonden, en ondanks de nodige deuken bestaat er niets beters als uiting voor vreugde. “Hij is een beetje kapot, maar na een paar biertjes werkt hij prima.”

Traditioneel gezien blaas je er pas op nadat de medaille is gewonnen, wat geluk moet brengen voor de toekomst. Johan Clarey, Régine Cavagnoud, Vincent Vittoz, Edgar Grospiron… Voor hen allemaal heeft de hoorn geklonken. “En binnenkort is het de beurt aan Léo Anguenot!”

Maar Serge heeft nóg een passie: het versieren van kampioenshelmen. Die van Régine Cavagnoud, Johan Clarey, Loïc Collomb-Patton… Elke helm heeft zijn eigen karakter, soms zelfs een stripverhaal, met een knipoog naar de passies van de eigenaar. En als hij geen nieuwe auto aan het opknappen is of op zijn hoorn aan het blazen is, is Serge aan het fietsen of wandelen in de omgeving van La Clusaz waar hij zich zo thuis voelt.

Inmiddels hebben de herinneringen zich opgestapeld als stickers op een skihelm.

Je zou een boek kunnen schrijven over de fanclub, of een reünie met de eerste leden moeten houden, met tartiflette, witte wijn en hoorngeschal op de achtergrond. Gewoon om jonge mensen te laten zien hoe mooi het was om met één groep achter iemand te staan.

Ze rijden met campers, ze beschilderen helmen en ze weten dat de weg naar een medaille begint met het geluid van de hoorn in de vroege ochtenduren. Maar in La Clusaz is ook de nieuwe generatie fans duidelijk aanwezig, en ook die staan niet stil langs de zijlijn!